De planeten buiten de baan van Saturnus
23.10
bladzijde 10 van 12
Overdracht binnen de drietallen
Binnen de genoemde drietallen (18.4) bestaat zoals gezegd een interne samenhang. Deze is na te voelen in de afwisselende kwaliteiten van de drie planeten binnen zo'n groep.
In het algemeen geldt dat als we uitgaan van de kernkwaliteit van de groep als uitgangspunt, daarbinnen dit principe wordt overgedragen. Deze overdracht verloopt van de eerste planeet, via de middelste planeet van het drietal (6.2) naar de derde planeet van het drietal, waarin deze laatste staat voor de concretisering en uitvoering van de kernkwaliteit van de groep. In het model van een staatsinrichting (18.4) noemde ik als voorbeeld dat de kernkwaliteit van Saturnus herkend kan worden in de wetgeving die wordt gesteld, terwijl de uitvoering en handhaving door Mars wordt gerealiseerd. De rechtvaardiging ervan, de culturele factor van Jupiter, functioneerde daar tussenin als scharnier tussen de (Saturnale) macht en de uitvoerende (Martiale) macht.
Warm en koud
Deze overdrachtscombinatie zien we in alledrie de groepen terug. Het wordt gerealiseerd in een alternerende afwisseling van kwaliteiten, die ik hier even aanduid met de begrippen koude en warmte, of yin en yang. Ik ken geen literatuur waarin voor deze kwalitatieve samenhang termen zijn geïntroduceerd, maar de hier genoemde aanduiding dekt voldoende het punt waar het mij om gaat.
Binnen het drietal van de binnenplaneten, het Es, kunnen we kwaliteiten van Zon en Venus als warm benoemen en die van Vulcanus/Mercurius als koel. De interne kwalitatieve overdracht tussen deze drie planeten kan functioneren door deze alternerende "temperaturen". Mercurius/Vulcanus kan de warmte van de Zon opnemen, terwijl Venus de koelte van Mercurius/Vulcanus weer met nieuw leven kan vullen. Hun samengaan werkt uit als een traject van potentie, via ideatie naar actie: wat door de Zon wordt uitgeworpen, kan worden opgenomen door Vulcanus en vervolgens door Venus worden geladen, tot uitvoering worden gebracht.
Hetzelfde, maar dan omgekeerd zien we in de groep van de buitenplaneten, het Ich. Daarin zijn Saturnus en Mars koud te noemen, terwijl Jupiter als tussengeplaatste warme kwaliteit de verbinding tussen de beide andere vormt. Ook Ich en Es functioneren ten opzichte van elkaar als een koude en warme groep, waar de Aarde, de mens, als Maan (6.2), tussen is geplaatst. Let wel: Het gaat hier niet om fysieke eigenschappen van planeten die hun omloopbaan in ons zonnestelsel hebben, maar om hun kwalitatieve samenhang in ons eigen energetisch veld.
Stralend en zuigend
In het drietal buiten Saturnus ervaren we Uranus en Pluto niet zozeer als koud of warm, maar meer als uitstralend en inblazend tegenover de aanzuigende werking van Neptunus. (*) Zo vormen ook deze drie een organisch functionerende eenheid.
Het derde en vierde drietal
Zoals gezegd vormt het drietal van Uranus, Neptunus en Pluto op dezelfde wijze een eenheid als het Es en het Ich. Het nieuwe punt dat door Uranus wordt neergezet komt via de opvattingen van Neptunus bij Pluto tot werkelijkheid. Dit drietal vormt zo de uitvergrote versie van de buitenplaneten, de groep van het Ich, maar ook de verborgen zijde van de binnenplaneten, de groep van het Es. Liefde en waarheid herscheppen en vernieuwen immers alles.
In deze visie zou nu ook tegenover het Es een drietal planeten verwacht kunnen worden. En inderdaad zijn hun krachtwerkingen, net als bij ons in de sprookjes en legenden, en in de theosofische literatuur, ook in de oosterse godsdiensten algemeen bekend. Maar astronomisch zijn zij nog niet gevonden. Nader onderzoek moet uitwijzen of de recent ontdekte planeet Eris de eerste van dat nieuwe drietal zou kunnen zijn. Daarbij moeten wij overigens niet op de zaken vooruit willen lopen. Mogelijk worden er meer dan drie planeten gevonden en moet deze veronderstelling worden bijgesteld. De tijd zal dit leren.
literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,